Smaad, belediging en eer en goede naam: wat mogen we over anderen zeggen?

Dinsdag vertelde ik bij MeerRadio tijdens Sophie Volgt over wat we nog over anderen mogen zeggen, online. Wat is nog vrijheid van meningsuiting en wanneer is het een aantasting van de eer en goede naam? Ook: wanneer wordt zoiets nu smaad en is het strafbaar en wanneer blijft het een civiel geschil (tussen burgers).

belediging smaad eer en goede naam

Eer en goede naam

Het recht op eer en goede naam is een grondrecht. Het is onderdeel van het recht op een privéleven (privacy).
Dit is onder meer opgenomen in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (artikel 8). Wil je in een civiele zaak een beroep doen op dit recht, dan doe je een beroep op ‘onrechtmatige daad’. De ander heeft dan een onrechtmatige uitlating over jou gedaan, waardoor je in je eer en goede naam bent aangetast.

De aantasting van de eer en goede naam komt ook terug als grens voor de vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM). Of een uiting onrechtmatig is en de eer en goede naam aantast of dat het valt onder de vrijheid van meningsuiting, moet bepaald worden door een belangenafweging te maken.
De afweging tussen de vrijheid van meningsuiting en het recht op eer en goede naam.

Daarnaast komt de schending van eer en goede naam terug bij de strafrechtelijke bepalingen van smaad(schrift) en laster. Daar gaat het niet om een belangenafweging, maar moet bepaald worden of de uiting voldoen aan de delictsomschrijving. Belediging, smaad(schrift) en laster zijn zogenaamde klachtdelicten. Er is dus een aangifte voor nodig.

Onrechtmatige (pers)publicaties

Als het gaat om een schending van eer en goede naam in een civiele procedure, gaat dat vaak over onrechtmatige perspublicaties, boeken of uitingen op social media bijvoorbeeld.

Voorbeeld: Broodfokker

Zo mocht een hondenfokker geen broodfokker genoemd worden en mocht er niet gezegd worden dat de moederhond en puppies nooit uit de schuur kwamen, omdat de persoon die deze uitingen deed op onder meer Marktplaats en een daarvoor speciaal aangemaakte Facebookpagina, nooit bij de fokker was geweest en ook geen pup van deze fokker had.

Voorbeeld: Autobiografisch boek

In een (deels) autobiografisch boek, mocht wel vanalles geschreven worden over de moeder van de auteur, omdat het een combinatie was van feiten, duidelijke waardeoordelen, al deze passages maar een deel van het boek besloegen én de passages niet buiten proportie grievend waren.

Voorbeeld: Krantenartikel seksuele handelingen

Een artikel in De Telegraaf over seksueel misbruik en grensoverschrijdend gedrag was toegestaan. Een van de personen waarover gesproken word in het artikel was weliswaar niet veroordeeld, maar de journalist had voldoende onderzoek gedaan, waardoor de beweringen voldoende gesteund werden door de feiten. Het hoeft niet te gaan om feiten in de zin van feiten die in een rechtszaak als bewezen of onweersproken vaststaan, maar of het voldoende betrouwbaar is. Door het onderzoek van de journalist, was daar in dit geval wel sprake van. Daarbij mag de kop ongenuanceerd zijn, als dat in de tekst maar wordt rechtgezet.

Voorbeeld: Bord langs de weg

Een aannemer was boos op een klant die een factuur nog niet had betaald. Er was namelijk nog onenigheid over de vraag of die factuur überhaupt terecht was. De aannemer plaatste daarom meerdere malen borden langs de weg, in de buurt van de woning, met teksten waaruit bleek dat de factuur nog niet betaald was.
De borden waarop stond dat er nog betaald moest worden waren toegestaan, maar de teksten waarbij de opdrachtgevers beschuldigd werden van oplichting niet, omdat dit niet voldoende met feiten onderbouwd kon worden.

Telkens gaat het hier om de afweging tussen twee grondrechten: die van de eer en goede naam en die van de vrijheid van meningsuiting. Deze kunnen soms met elkaar botsen of overlappen, waardoor het ene recht wat ingeperkt wordt door het andere in sommige gevallen.

Lees meer over de vrijheid van meningsuiting en hoe de belangenafweging werkt in het artikel “Is onze vrijheid van meningsuiting beperkt?”

Belangenafweging

De vrijheid van meningsuiting kan alleen beperkt worden wanneer er aan drie criteria is voldaan:

      Een beperking moet bij wet zijn voorzien;
      Het moet noodzakelijk zijn in een democratische samenleving;
      En het moet een legitiem doel dienen

De beperking is bij wet voorzien door de regel over onrechtmatige daad. Of in het geval van het strafrecht de bepalingen met betrekking tot smaad en laster.
Het legitieme doel van de beperking, is in dit geval het recht op eer een goede naam.

Of de beperking noodzakelijk is in een democratische samenleving, daar komt de belangenafweging om de hoek kijken. De beperking van de vrijheid van meningsuiting moet proportioneel zijn ten opzichten van het doel de eer en goede naam van iemand te beschermen. Uitingen hoeven zeker niet alleen maar positief en vol lof te zijn. Een uiting met als doel ‘to offend, shock or disturb’ is ook toegestaan, juist omdat dit nodig is voor een publiek debat en dus voor een democratische samenleving. Je moet dus je mening mogen geven. Ongefundeerde meningen of beledigende leuzen dragen echter niet bij aan dat debat of zijn in elk geval niet noodzakelijk voor dat debat.

Kort gezegd kun je zeggen: hoe beter je een mening met feiten kunt onderbouwen, hoe meer je mag zeggen. Maar ook: hoe feitelijker je iets brengt, hoe zekerder je ervan moet zijn dat het ook klopt. Een achtergrondartikel in een krant moet zorgvuldiger tot stand zijn gekomen dan een column in diezelfde krant.

Smaad(schrift)

Er wordt erg makkelijk geroepen dat iets ‘smaad en laster’ is. Allereerst: smaad en laster gaan niet samen. Smaad gaat over iets dat waar is. Laster over uitingen waarvan je weet dat ze (waarschijnlijk) niet waar zijn. Nog best een groot verschil dus.

Smaad is, in tegenstelling tot de onrechtmatige uiting die ik hierboven besprak, een bepaling uit het strafrecht. Het is bovendien een zogenaamd klachtdelict. Dit wil zeggen dat de politie niet eerder tot een onderzoek over kan gaan dan nadat ze een aangifte van smaad(schrift) hebben ontvangen.

Smaadschrift is slechts smaad in schriftelijke vorm. Dat is verder niet zo spannend.
Smaad gaat verder over feiten en waarheden. Er zit dus een beperking aan wat je over iemand mag zeggen, zelfs al is het waar. In het Wetboek van Strafrecht staat dat als volgt omschreven:

Hij die opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt, door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

Het gaat dus om meerdere elementen:

  • opzettelijk
  • aanranding eer en goede naam
  • telastlegging van een bepaald feit
  • met als doel
  • ruchtbaarheid geven

Je moet dus het doel hebben een feit over iemand te verspreiden en een grotere groep mensen ermee bekend te maken, ook met als doel de eer en goede naam van die persoon aan te randen.

Aan een of enkele mensen vertellen dat je van een persoon weet dat hij/zij eerder ergens voor veroordeeld is, daarmee heb je nog geen ruchtbaarheid gegeven aan dat feit. Meestal heb je bovendien niet als doel om de eer en goede naam van iemand aan te tasten, maar bijvoorbeeld om een specifiek persoon te informeren over het feit en daarmee eventueel te waarschuwen.

De verspreiding van het seksfilmpje van Patricia Paay zou je wel als smadelijk kunnen zien. In elk geval in het begin, toen nog weinig mensen het gezien hadden. Door het te verspreiden via twitter en websites (door de tweet te embedden), wordt er ruchtbaarheid gegeven aan dat filmpje. Bovendien was voor veel mensen het doel van die verspreiding om te laten zien wat erop gebeurde, waarmee haar reputatie werd aangetast.

Belangrijk is dus dat er de opzet was om de eer en goede naam aan te randen én dat te doen met het doel het wijd te verspreiden.

Als het te last gelegde feit in strijd met de waarheid is en de persoon die dit feit te laste legt dat weet, dan is er sprake van laster.

Eenvoudige belediging

Een eenvoudige belediging is een opzettelijke belediging dat geen smaad(schrift) is. Het gaat dus niet om ‘ik voel me beledigd’ of ‘ik vind het beledigend’. Het objectief een belediging zijn en de persoon die de uiting doet moet de opzet hebben gehad op die belediging.

Door het als mening te uiten (Ik vind jou een lul), haal je het beledigende aspect er nog niet uit. De vraag is of het bedoeld was als belediging. Je kunt soms ook iets zeggen dat je totaal niet beledigend bedoeld hebt, maar wel door iemand zo opgevat wordt.

Wat mag je nog over mensen zeggen?

Je zou bijna gaan denken dat je niets meer over mensen mag zeggen, zelfs niet als het waar is, omdat het smadelijk zou kunnen zijn. De opzet en het doel om ruchtbaarheid aan het feit te geven, is alleen niet zo makkelijk. Bovendien is er dus eerst een aangifte nodig. Vervolging voor smaad komt hierdoor niet zoveel voor. Het eindigt al snel in een sepot, omdat het onderzoek te moeilijk is en het bewijs niet rond te krijgen is.

Je mag juist heel veel zeggen en schrijven over anderen. Het is pas smaad als je opzettelijk de eer en goede naam aantast, niet als het een soort bijverschijnsel is van wat je nu eenmaal over iemand wil zeggen of schrijven. Je moet dus heel wat doen voor een negatieve uiting als lasterlijk aangemerkt kan worden.

Bovendien is niet elke aantasting van de eer en goede naam verboden. Er staat immers het recht op vrijheid van meningsuiting tegenover.

Meer weten over vrijheid van meningsuiting of de eerbiediging van eer en goede naam? Kom koffie drinken!

Ik wil Oploskoffie

About Charlotte Meindersma

Charlotte Meindersma is 'de social media jurist van Nederland' en oprichter van Charlotte's Law & Fine Prints.
Ze drinkt graag oploskoffie, in de spreekwoordelijke zin van het woord. Bovendien is ze amateur-marketer en was ze in een vorig leven fotograaf.

Speak Your Mind

*