Met AI een stijl namaken onrechtmatig?

Een stijl is auteursrechtelijk niet beschermd. Kan een werk maken in een bepaalde stijl, toch een onrechtmatige daad zijn? Volgens prof. mr. Dirk Visser 1 wel, als je dat doet met behulp van (generatieve) AI.

Bijkomende omstandigheden maken stijlnabootsing onrechtmatig

Slaafse nabootsing van een stijl of stijlkenmerken kan onder bijkomende omstandigheden onrechtmatig zijn, zo oordeelde de Hoge Raad in 2013, in de zaak van de Dikke Dames van Gerdine Duijsens. Maar dat er sprake is van nodeloze verwarring is daarvoor nog niet genoeg.

Volgens Dirk Visser zijn er een aantal criteria die ervoor zorgen dat het gebruik van generatieve AI zorgt voor zo’n bijkomende omstandigheid:

  1. AI is getraind met werk van de kunstenaar; én
  2. AI krijgt de instructie om de stijl van die kunstenaar na te bootsen; óf
  3. het werk wordt geupload en de instructie is om het werk te bewerken

Hij trekt hier zelf de volgende conclusie uit: “Dat betekent dat dergelijk gebruik van generatieve AI onrechtmatig is, wanneer de output de indruk wekt te zijn vervaardigd door de kunstenaar in kwestie.”

Als dus volgens bovenstaande criteria is gewerkt, waardoor er sprake is van opzet én er sprake is van nodeloze verwarring (herkenning van de persoonlijke stijl), dan is er volgens Visser sprake van slaafse nabootsing of in elk geval van een onrechtmatige daad, omdat het maatschappelijk onbetamelijk zou zijn.

Probleem: van wie is de stijl

Daarnaast wordt hier tussen neus en lippen door gesteld dat er überhaupt zoiets bestaat als een persoonlijke stijl. Als ik nu aan AI vraag om op een witte ondergrond haaks op elkaar wat zwarte lijnen te zetten en enkele vlakken met geel, rood of blauw in te vullen, is het dan opeens slaafse nabootsing geworden?

Kan er niet pas sprake zijn van onrechtmatige concurrentie, wanneer er een stijl is die slechts aan één persoon kan worden toegedicht? Als een stijl, zonder gebruik van AI, niet beschermd is, kunnen meerdere mensen in die stijl werken.

Vaak kennen we een (persoonlijke) stijl toe aan de maker die het meest bekend staat om die stijl. Dat maakt de stijl zelf echter nog niet zo uniek dat dit ook een persoonlijke stijl is.

Konijntje Kathy leek wellicht teveel op Nijntje, maar Kathy was toch gemaakt in de stijl van Hello Kitty en niet in die van Dick Bruna? En lijkt Nijntje niet juist teveel op de Belgische kat Musti, die al 10 jaar eerder zou zijn ontstaan dan Nijntje? Dus als je nu in een prompt zorgvuldig de stijl van deze figuren zou omschrijven, om daarmee een afbeelding te laten genereren, van wie is het dan slaafse nabootsing? Wie kan er een verbod en schadevergoeding komen eisen. Met wiens ‘persoonlijke stijl’ zal iemand in verwarring zijn?

Wanneer is er dan sprake van verwarring? Is dat niet pas het geval wanneer een maker al bekend genoeg is? Anders zal er bij het publiek in elk geval geen sprake zijn van verwarring. Je kunt iets moeilijk verwarren met iets dat je nog niet kende.

Kunnen dan alleen bekende kunstenaars hierop een beroep doen? Of alleen de makers met een stijl die nog niet door anderen wordt gebruikt en vervalt het recht dan wanneer de stijl populair wordt en door meer mensen wordt gebruikt?

Bewerking = verveelvoudiging

Een van de uitsluitende rechten van een maker van een werk, is het recht om het werk te mogen verveelvoudigen en anderen te verbieden dat te doen, behoudens uitzonderingen uit de wet.

Het uploaden van een werk is al een verveelvoudiging.

Een bewerking of nabootsing van een werk, is een verveelvoudiging en is daarmee in beginsel dus een inbreuk op auteursrecht. 2 Pas wanneer het zodanig is gewijzigd dat het een nieuw werk is geworden, zorgt de bewerking niet meer voor een inbreuk.

Het uploaden van een werk en het bewerken daarvan, zijn beide dus eigenlijk al inbreuken op het auteursrecht. Daar is geen ingewikkelde kronkel via de slaafse nabootsing voor nodig.

De Auteurswet biedt voor individuen de uitzondering van de privékopie 3 en thuiskopie 4, voor niet commercieel gebruik. Daar is Dirk Visser ook op tegen, omdat AI deze kopiëen te gemakkelijk zou maken en het zou concurreren met het oorspronkelijke werk.

Instructies om een stijl na te bootsen

Fotografen, illustratoren, grafisch ontwerpers, webdesigners, productontwerpers en wie al niet meer, krijgen dagelijks de vraag om een stijl na te bootsen of zelfs een werk na te bootsen.

Tijdens veel kunstopleidingen en bijvoorbeeld aan de FotoAcademie krijg je opdrachten om werken van kunstenaars na te maken of in die specifieke stijl te gaan werken. Ze worden getraind met bestaande werken.

Voor ‘eigen oefening, studie of gebruik’ zijn nabootsingen nog steeds geen probleem onder het mom van de privékopie. Alhoewel, als je het aan Dirk Visser vraagt lijkt het er zelfs over te gaan dat er helemaal geen AI gebruikt mag worden en gaat het niet alleen om het gebruik van generatieve AI. En zou dus ook bewerken van een werk met behulp van (generatieve) AI niet mogen. Terwijl die functies inmiddels al ingebakken zitten in allerlei andere software, zoals Canva en fotobewerkingsprogramma’s. Je zou dus een eigen foto kunnen uploaden en de opdracht kunnen geven om deze te bewerken in de stijl van een bepaalde kunstenaar. Als die software het werk van de kunstenaar kent (er dus mee getraind is op een of andere wijze) en deze instructie gegeven wordt, is dat volgens Dirk Visser al een probleem en zou dat al slaafse nabootsing zijn en dus zorgen voor oneerlijke concurrentie en ongerechtvaardigd voordeel.

De opzet om een nieuw werk te laten lijken op wat al bestaat is alomtegenwoordig. Zeker als het slechts gaat om stijl, maar ook licht aanschurend tegen inbreuken op auteursrecht, als het al geen inbreuken zijn.

Denk aan de klapkratjes van Hema en Lidl. Die kratjes werden door veel mensen herkend als nabootsingen van de kratjes van HAY. En dat nabootsingen van deze kratjes toch ook werden verkocht bij Action, Xenos en nog een hoop andere winkels.

Visser lijkt ervoor te pleiten dat als de opzet er is, dat wél een probleem is wanneer er AI aan te pas is gekomen, maar niet als hetzelfde resultaat zonder AI wordt bereikt.

Bezwaren tegen stijlnabootsing door AI

Het gaat er naast de verwarring om dat het aankoop- of opdrachtvervangend kan werken, volgens Visser. Niet meer het origineel, maar de goedkopere nabootsing wordt gekocht of gebruikt. Dat is wat zorgt voor de oneerlijke concurrentie en dus de onrechtmatige daad. Een probleem dat zich uiteraard ook voordoet wanneer er geen gebruik is gemaakt van AI.

Vanwege deze aankoopvervangende werking zou persoonlijk gebruik volgens Visser ook al een probleem zijn. Terwijl je voor de kinderkamer wel een afbeelding van Nijntje mag downloaden, uitprinten en inlijsten, mag je volgens Visser niet aan AI de vraag stellen om in de stijl van Nijntje een afbeelding te genereren, die je vervolgens print en inlijst.

Ook kan een nabootsing misleidend zijn. Daarvoor hoeven we, naar mijn mening, niet ingewikkeld te doen met criteria. Misleiding is op zichzelf al onrechtmatig. Los van de vraag of je dat onder slaafse nabootsing of inbreuk op auteursrecht zou kunnen brengen.

Bij slaafse nabootsing van een product is onder meer van belang dat er met hetzelfde gemak andere keuzes gemaakt hadden kunnen worden, waardoor verwarring voorkomen had kunnen worden. Maar wat nou als er sprake is van een opdracht aan AI, een herkenbare stijl, maar een totaal andere voorstelling. Is dat dan nog wel verwarrend? Aankoopvervangend zou het nog steeds kunnen zijn. Maar wordt daarmee niet alsnog een exclusief recht op een stijl toegeëigend, terwijl we dat juist nooit wilden doen, omdat het de vrijheid van creatie teveel zou beperken?

Het zou dan immers niet meer gaan om het eindresultaat, het doel van dat eindresultaat en de gevolgen ervan, maar enkel nog om de wijze waarop tot dat resultaat is gekomen.

Enkele inbreuken zijn een rechtszaak niet waard

Wie slim is houdt het (zonder gebruik van AI) enkel bij het overnemen van een stijl. Of er wordt in elk geval zoveel aangepast en veranderd dat er net geen sprake meer is van een inbreuk of het in elk geval zo op het randje zit, dat de oorspronkelijke maker de gok maar niet neemt om een rechtszaak te starten, omdat dit sowieso al meer kost dan oplevert, laat staan als je het dan ook nog zou verliezen.

Dat zijn overigens rechtszaken waarvan onder meer Dirk Visser, maar ook veel andere advocaten, vinden dat ze überhaupt niet plaats zouden moeten vinden. De inbreuken zijn volgens hen te klein. Ze miskennen daarmee echter dat zo’n inbreuk voor een zelfstandig ondernemer of MKB ondernemer wel een grote impact heeft. Voor hen gaat het immers niet om duizenden verkopen in een jaar, maar draait het juist om die losse opdrachten en die enkele licenties. Elke keer als er iets wordt nagedaan of gekopieerd, is de impact daarvan voor hen relatief groot. Het zijn nu eenmaal vele kleinere inbreuken bij elkaar en niet telkens door dezelfde persoon. En je kunt nu eenmaal niet meerdere inbreukmakers in één rechtszaak aanspreken.

Dus als zo’n enkele inbreuk, waarbij het zelfs gewoon over een auteursrechtinbreuk gaat, al te klein zou zijn om over te (mogen) procederen, terwijl de oorspronkelijke maker daar ook commercieel last van heeft, waarom zou een enkele stijlinbreuk door AI dan wel een probleem zijn?

Zweetdruppelcriterium

Volgens Visser zit het probleem met name in het gemak waarmee generatieve AI ingezet kan worden om een stijl na te bootsen.

“De voornaamste redenen daarvoor zijn het extreme gemak en het extreme parasitaire karakter ervan. Er is geen enkele creativiteit, inspanning of investering nodig voor een gebruiker om een generatief AI-programma een voortbrengsel ‘in de stijl van’ te laten vervaardigen.”

En ook: “Het gebruik van de naam van een levende kunstenaar om een stijlnabootsing met AI te vervaardigen is een poging om zonder enige eigen inspanning profijt te halen uit de creatieve inspanning van de kunstenaar, waarmee de gebruiker ‘in het kielzog van het bekende werk probeert te varen’”

Dit noem ik het zweetdruppelcriterium. Heb je moeten zwoegen en zweten om een werk te maken in een bepaalde stijl, dan is er kennelijk geen probleem. Maar heb je AI gebruikt, dan wel.

Toch zijn er genoeg voorbeelden te bedenken, waarbij (generatieve) AI weliswaar een hulpmiddel is, maar er toch nog genoeg zweetdruppels aan te pas komen. Een goede prompt is nog niet altijd zo eenvoudig of snel geschreven. Althans, afhankelijk van hoe kritisch je bent op de uitkomst.

Het maken van memes en parodiën mag van Visser gelukkig nog wel, maar dan zonder het gebruik van AI, want dat is volgens hem nimmer een creatieve inspanning. Ofwel:

je kunt de de grap wel bedacht hebben, maar als je gewoon niet zo handig bent met photoshop, mag jij de grap niet maken.

Daarnaast vind ik het simpelweg problematisch dat we werken die niet met AI zijn gemaakt, maar wel hetzelfde resultaat zouden hebben, geen probleem zouden vinden, terwijl die net zo goed tot een aankoop- of opdrachtvervangend resultaat kunnen leiden.

Dit is juist het bezwaar van veel kleine makers wanneer bijvoorbeeld HEMA producten na gaat maken, zoals ze deden met de houten bladeren. Kost het zo’n bedrijf echt veel meer moeite om zelf het product na te maken, dan dat het moeite kost om een goede prompt te schrijven om tot hetzelfde bruikbare resultaat te komen? En ach, al kost het ze iets meer moeite, vervolgens is het een groot bedrijf, dat veel goedkoper kan produceren en zo’n product dus ook voor een lagere prijs op de markt kan brengen. Het resultaat is dus net zo erg. Of dat nu geen, een, twee of drie zweetdruppels heeft gekost. Het is voor hen zo weinig moeite dat ze het alsnog met een wattenstaafje uit eigen winkel weer weg kunnen halen.

AI is slechts het middel

AI is slechts een middel om tot een bepaald resultaat te komen. Het zou dus geen criterium moeten zijn.

Generatieve AI zit immers net zo goed in fotobewerkingsprogramma’s. Het kan je afbeelding aanvullen, de achtergrond van een foto veranderen en wat al niet meer. Het maakt simpelweg het werk makkelijker. Iets wat we anders met de hand hadden moeten doen, kan nu met behulp van AI. Waarbij je overigens een verdomd goede promptschrijver moet zijn om precies dat te krijgen wat je ook in je hoofd hebt.

Zo stel ik mij bijvoorbeeld voor dat je werk dat Jesper Krijgsman maakt, ook met AI kunt maken. Door zijn naam in de prompt in te voeren zul je inderdaad in de buurt van zijn stijl moeten kunnen komen. Maar als je een bepaald eindresultaat in die stijl wil bereiken, is er wel wat meer nodig dan enkel het benoemen van de stijl, de bloemen en de beesten. In het schrijven van de prompt kunnen al veel zweetdruppels en creativiteit zitten. Om het uiteindelijke werk dan toch maar af te serveren, enkel omdat het met behulp van (generatieve) AI is gemaakt, gaat mij te ver.

En wat doen we dan met werken waarbij generatieve AI wel is ingezet, de stijl herkenbaar is, maar er toch nog op een andere manier zweetdruppels aan toe zijn gevoegd? Volgens de criteria van Visser zou het dan toch gewoon slaafse nabootsing zijn. Simpelweg omdat AI is ingezet.

Of andersom: als er een eigen kiekje, even snel en zonder moeite gemaakt met een telefoon, maar toch creatief, als basis wordt gebruikt en aan generatieve AI wordt gevraagd om het te bewerken of verwerken in een werk in de stijl van een andere maker? Wederom, volgens de criteria van Visser een probleem, ondanks eigen creativiteit en een enkele zweetdruppel.

Niet AI, maar de oneerlijke concurrentie aanpakken

Het doel van Visser is om de oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Het kielzog varen, meeliften en wat al niet meer zij. Het is een economisch argument dat leidt tot een juridische doelredenering.

Voor de maker van het oorspronkelijke werk of de oorspronkelijke stijl, doet echter niet ter zake op welke wijze het concurrerende werk is gemaakt. In alle gevallen is er sprake van directe concurrentie. Wellicht van oneerlijke concurrentie of in elk geval van dusdanig sterke gelijkenissen dat mogelijk het origineel niet meer gekocht wordt, maar de nabootsing wel. Al kan daar soms, door de gebruikte techniek of het ontbreken daarvan, nu niets tegen gedaan worden als slechts de stijl is overgenomen.

Als het eigenlijk draait om het voordeel van de nabootser of het nadeel van de maker, dan zou de techniek er niet toe moeten doen. Wellicht de opzet wel. Maar daar deden we in het auteursrecht niet aan, omdat het lastig is om in het hoofd van iemand te kijken.

Volgens Visser moeten we mensen dan maar laten uitleggen hoe ze een werk hebben vervaardigd, als in elk geval het vermoeden is dat er generatieve AI aan te pas is gekomen. Een prompt kan daarbij helpen, maar zonder mag ook. Dat wordt dus een kwestie van simpelweg goed leren vertellen, zodat de uitkomst logisch lijkt, maar daarmee nog niet de opzet op stijlnabootsing bewezen kan worden. Wellicht een goed idee voor mensen die cursussen geven in framing, copywriting en/of beïnvloeding, om zich alvast meer op de advocatuur te gaan richten.

Het is slaafse nabootsing, of het is het niet. Maar hoe het zover is gekomen, moet er niet toe doen.

  1. prof. mr. D.J.G. Visser, ‘Stijlnabootsing met AI is onrechtmatig‘, Nederlands Juristenblad 2023, afl. 36, p.3171 – 3175
  2. Artikel 13 Auteurswet
  3. Artikel 16b Auteurswet
  4. Artikel 16c Auteurswet
CATEGORIE:
TAGS:

Over Charlotte

Charlotte Meindersma is ‘de social media jurist van Nederland’ en oprichter van Charlotte’s Law & Fine Prints. Ze drinkt graag oploskoffie, in de spreekwoordelijke zin van het woord. Bovendien is ze amateur-marketer en was ze in een vorig leven fotograaf.