De overval op een juwelier en het portretrecht

Het ging nergens anders meer over afgelopen week. De overval op Haagse juwelier Ruud Stratmann. Zijn zaak, Lapidee, staat niet al te ver van mijn woonhuis vandaan. Ik kom niet vaak in die buurt, maar het verhaal trok me daardoor wel extra aan. Om de jongens die op de bewakingscamera te zien waren, de verdachten, aan te kunnen houden moesten ze weten waar ze waren. Hun ouders wilde hier, wellicht begrijpelijk, niets over kwijt. De politie besloot daarop bepaalde delen van de bewakingscamera en de pasfoto’s van de verdachten vrij te geven. Mag dit zomaar?

Discussie

Plasman mengde zich in de discussie over het al dan niet mogen vertonen van beelden van de verdachten. Verdachten hebben tenslotte ook recht op privacy. Plasman leek echter te pleiten voor strafrechtelijke regelgeving om publicatie van dergelijke beelden te reguleren.
Laten we wel wezen: eenmaal op internet zijn de foto’s er niet meer van te verwijderen. Je zult dus juist van te voren goed moeten overwegen of de foto’s wel openbaar gemaakt mogen worden. Hebben we daar het strafrecht werkelijk voor nodig? Ik denk het niet.

Portretrecht

Over de basis van het portretrecht heb ik al het een en ander uitgelegd in deze blogpost.
Uiteraard hebben we hier te maken met niet in opdracht vervaardigde portretten. Er moet een redelijk belang zijn om te kunnen voorkomen dat de portretten van de verdachten openbaar gemaakt worden. Wanneer mag de politie en het openbaar ministerie zulke portretten nu openbaar maken? Het belang van de verdachten is dat ze in ons rechtssysteem onschuldig zijn tot het tegendeel bewezen is. Het openbaar maken van de portretten, in combinatie met het ‘opsporing verzocht’ verhaal, criminaliseert ze, terwijl nog niet bewezen is wat ze gedaan hebben. Het belang van het openbaar ministerie en in die zin misschien zelfs van de Nederlandse samenleving, is dat we verdachten willen aanhouden en aanklagen. Eventueel juist om uit te kunnen vinden of ze gedaan hebben waar ze van beschuldigd worden.
Omdat het openbaar maken van het portret een grote invloed heeft op de geportretteerden en eventueel zelfs op hun familie, is het van belang dit middel pas in te zetten als dat noodzakelijk is. Kunnen we ook op een andere manier opsporen, door een minder ernstig middel te gebruiken?
Of het openbaar maken van de portretten van verdachten een gerechtvaardigd middel is, kan van meerdere omstandigheden afhankelijk zijn. Bijvoorbeeld de ernst van het vermeende delict of de genoodzaakte spoed bij de opsporing. Vanwege de impact die zoiets heeft op het leven van een verdachte en eventueel ook later in de cel, zorgt er vaak voor dat er reden is voor strafvermindering, wanneer de portretten openbaar zijn gemaakt.

Media

Hierboven heb ik uitgelegd welke afweging er gemaakt moet worden alvorens de politie de portretten openbaar mag maken. Voor de media gelden echter andere regels.
Media kunnen de neiging hebben om verdachten neer te zetten als daders. Dit grijpt in op het privéleven van de geportretteerden en hun familie. Het belang van de media is dat ze graag nieuws willen brengen en de samenleving van belangrijke feiten op de hoogte willen houden.
Media mogen daarom rapporteren over de verdachten, maar daar zijn de portretten niet altijd bij nodig. Ze mogen daarom niet zomaar herkenbaar in beeld gebracht worden.
Kan het verhaal zonder portret verteld worden? Dan mogen de portretten niet herkenbaar getoond worden. Een balkje over de ogen is dan niet voldoende. In tegendeel zelfs. Zo’n balkje criminaliseert, omdat wij als maatschappij inmiddels gewend zijn dat balkjes gebruikt worden bij daders.

Conclusie

De politie heeft meer mogelijkheden om portretten openbaar te maken dan de media dat hebben. Wanneer de politie een portret openbaar gemaakt heeft wil dit nog niet zeggen dat de media dit ook mogen. Zou je dus willen schrijven over rechtszaken? Bedenk dan goed of het noodzakelijk is dat je daar herkenbare portretten bij plaatst.

Lees ook:
Portretrecht
Wat u niet te zien kreeg
Workshop Portretrecht

Speak Your Mind

*